
Waarom participeert Eandis in het RTC-project?
Toen Eandis in 2006 als dienstverlenende onderneming in het energielandschap opdook, was dat een zoveelste verandering in een voorheen haast rimpelloos gebied. Er kwam alweer een nieuwe speler op de energiemarkt, waardoor de mensen erin dreigden verloren te lopen.
Dat laatste is zeer begrijpelijk, want vroeger kenden de klanten meestal maar één producent van stroom en aardgas, die dan meteen ook zorgde voor het transport, de distributie … én de factuur… Doorheen al die jaren raakte iedereen zo sterk vertrouwd met zijn vaste leverancier en distributienetbeheerder. Handig, dat wel, maar niet volgens de regels van de concurrentie. En daarom is er sinds de invoering van de vrije energiemarkt sprake van al die verschillende spelers, die onafhankelijk opereren van elkaar. Zo kennen u en ik vandaag producenten van elektriciteit, invoerders van aardgas, energieleveranciers, transmissienetbeheerder en aardgasvervoersonderneming, regulatoren CREG en VREG én … natuurlijk de distributienetbeheerders, die de stroom en het aardgas tot bij u thuis, in uw school of onderneming brengen.
“U kent ze” zei ik, of … u kent ze misschien niet… Of niet allemaal. Dat is niet abnormaal. De klanten hebben dan wel veel vrije keuze, maar het landschap blijft complex. Er zijn natuurlijk door de meeste partijen inspanningen geleverd om mensen wegwijs te maken in die nieuwe structuur. Maar ook als nieuwe onderneming voelden wij eveneens al snel de behoefte om ons als werkmaatschappij voor – vandaag - zeven gemengde distributienetbeheerders, breder bekend te maken bij het grote publiek.
Die profilering is geen éénmalige actie, ze is een blijvende behoefte. En dat niet alleen tegenover onze klanten, maar eveneens tegenover andere doelgroepen of segmenten. Eén ervan is zeker de arbeidsmarkt. Want, wanneer wij als Eandis vacatures bekend maakten, ondervonden we vrij snel dat kandidaten onvoldoende de weg vonden naar onze jobs. Onbekend is immers onbemind.
We hebben dan ook op verschillende terreinen initiatieven genomen en informatie- en communicatiecampagnes gelanceerd. Eén van onze aangezochte partijen daarin is het technisch onderwijs. Samen ontwikkelden we een beleid van partnership, met focus op een samenwerking in het belang van beide partijen. We zijn immers beide bedrijvig en geboeid door techniek, en net daarom complementair. We kunnen veel van elkaar opsteken en kennis, vaardigheden en ervaring delen. Dat leidt tot verrijking langs beide kanten, want de leerstof wordt boeiender, de opleidingen gerichter, de beroepen aantrekkelijker.
Die aantrekkingskracht van technische beroepen, is van ongekend belang. En op dat vlak moest, volgens ons, een forse inspanning gebeuren. Want in de samenleving dreigde en dreigt de status van de technische beroepen verder te verzwakken. Geheel onterecht: technische beroepen zijn nu al erg gegeerd en hebben veel troeven. De vraag ernaar zal nog verhogen. Ze zullen nog meer nodig zijn in de samenleving, zeker in de digitale wereld van morgen, waarin de bevolking moet kunnen rekenen op goed werkende infrastructuren, en waarin permanent aan ontelbare technische voorwaarden moet worden voldaan om goed te kunnen functioneren.
Het zal u niet verwonderen dat technische beroepen ook voor onze ‘technische’ onderneming van groot belang zijn. Wij hebben kwalitatieve werkkrachten nodig, die het technisch onderwijs kan leveren. Wij zijn immers permanent op zoek naar competente, dynamische en gemotiveerde medewerkers. Wij hebben voortdurend behoefte aan de invulling van vele, meestal technische vacatures. Het zal u dus niet verwonderen dat we tal van gelegenheden aangrijpen om ons uitgebreid te tonen en te profileren, onder meer sterk gericht naar technische beroepen.
