
Wat te doen bij uitschakeling omvormer?
Uitschakeling door te hoge spanning
Een ongewenste automatische uitschakeling van de omvormers, die bij de zonnepanelen horen, wordt meestal veroorzaakt door een te hoge spanning aan de klemmen van de omvor-mer. Meer uitleg over het uitschakelgedrag van een omvormer, en de spanningen waarbij uitschakeling gebeurt, is te vinden in dit document van Synergrid.
De spanning aan de klemmen van de omvormer wordt bepaald door de spanning van het distributienet, en de spanningsverandering langs de aansluitkabel en de binneninstallatie van de netgebruiker.
De netbeheerder heeft de verplichting om de kwaliteit van de spanning op het distributienet te geranderen, en doet hiervoor de nodige netinvesteringen.
Als de spanning op het distributienet voldoet aan de normen, kan het zijn dat de uitschakeling van de omvormer veroorzaakt wordt door een te grote spanningsverandering over de aansluitkabel (de verbinding tussen het distributienet en de een woning of ander afnamepunt), of van de binneninstallatie (de bekabeling binnenin een woning, van hoofdverdeelkast tot aan de omvormer).
Hoe uitschakeling vermijden
Allereerst bekijkt u samen met uw installateur of u de uitschakeling mogelijk te wijten is aan uw eigen binneninstallatie of aansluitkabel:
- Zijn de instelwaarden van de omvormer, ondermeer de spanning waarbij de omvormer moet uitschakelen, correct ingesteld?
- Onderzoek de spanningsval over de binneninstallatie en de aansluitkabel. De aansluitkabel is de verbinding tussen het distributienet en uw (hoofd)meterkast, de bin-neninstallatie is de verbinding tussen uw meterkast en de omvormers van de zonne-panelen. U kan hiervoor deze rekenmodule gebruiken.
- Rekenmodule voor één- of driefasige aansluitingen op een 400 V net
- Rekenmodule voor één of driefasige aansluitingen op een 220 V net.
De spanningsverandering mag – bij maximale productie van de zonnepanelen - maximaal 1% bedragen over de binneninstallatie en 1% over de aansluitkabel.
Als de spanningsverandering groter is, kan dit de reden zijn waarom de uiteindelijk spanning aan de klemmen van de omvormer te groot is. In dat geval zijn volgende oplossingen mogelijk:
- Voor netgebruikers met een driefasige aansluiting op het distributienet: her-verdeel de productie van de zonnepanelen over de verschillende fasen. In vergelijking met een eenfasig aangesloten zonnepaneel, is de spanningsverandering bij een evenwichting driefasig aangesloten installatie van een zelfde totaal vermogen typisch zes keer kleiner! Dit betekent dan wel dat de aanwezige omvormer moet vervangen worden door één driefasige, of meerdere éénfasige omvormers met hetzelfde vermogen.
Als het totaal omvormervermogen groter is dan 5 kVA moeten de zonnepa-nelen verplicht meerfasig worden aangesloten. Ook voor kleinere installaties kan een driefasige aansluiting helpen om ongewenste uitschakeling door abnormale spanningstoename te vermijden. - Netgebruikers met een eenfasige aansluiting op het distributienet kunnen eventueel ook hun aansluiting omzetten in een driefasige. Contacteer hiervoor uw netbeheerder.
- Vervang de binneninstallatie of de aansluitkabel door een leiding met grotere sectie, om op die manier de spanningsverandering over dat stuk te beperken. De aanpassing van de binneninstallatie gebeurt door een installateur. De vervanging van de aansluitkabel gebeurt door de distributienetbeheerder.
- Opgelet: bij aanpassingen aan de binneninstallatie moet deze opnieuw ge-keurd worden.
Is de spanningsval over binneninstallatie en aansluitkabel binnen de grenzen, voldoet de installatie verder volledig aan de door de netbeheerder voorgeschreven technische regels en blijft u toch problemen ondervinden? Dan contacteert u best uw distributienetbeheerder. Hij kan maatregelen nemen om de situatie te optimaliseren. Dit kan ondermeer zijn: de belasting (afname en/of injectie) van het distributienet beter verdelen door net-gebruikers in de buurt te herschakelen, bijkomende regelapparatuur in het net in-stalleren, een nieuwe kabel aanleggen, enzovoort.
Het soort maatregelen hangt sterk af van de lokale omstandigheden en diagnose via eventuele metingen. Ook kan het een combinatie zijn van maatregelen op korte termijn en middellange termijn. In sommige gevallen moeten voor een definitieve oplossing grote investeringen in het lokale laagspanning- en/of middenspanningsdis-tributienet gebeuren: dit vergt dan ook meer tijd.
